goed en slecht vet

Goed en slecht lichaamsvet

Er is goed en er is slecht lichaamsvet. Iedereen heeft een zekere mate van lichaamsvet nodig, want lichaamsvet zorgt ervoor dat je organen warm blijven en dat je een opslagplaats hebt voor energie. Zo zorgt het lichaamsvet er voor dat als je niet eet, je toch nog energie hebt voor onder meer je basisstofwisseling. Ook terwijl je slaapt heeft je lichaam nog steeds energie nodig. Dankzij opgeslagen vet is dit dus geen probleem.

Je kan echter ook teveel van iets goeds hebben en dat is zeker het geval als je teveel lichaamsvet op de verkeerde plekken hebt. Dus zelfs als je veel lichaamsvet in verhouding met je hoeveelheid spieren hebt, hoeft dit nog niet eens zo slecht te zijn. Het gaat namelijk niet alleen om de hoeveelheid vet, maar vooral ook om het soort vet en dat heeft te maken met waar je je extra vet opslaat.

Soorten vetweefsel

Vetweefsel is speciaal ontwikkeld weefsel om overbodige energie in de vorm van vet op te slaan. Aanvankelijk werd gedacht dat de functie van vetweefsel puur het opslaan van lichaamsvet was, een soort energie voorraadschuur. Inmiddels weten we dat vetweefsel een orgaan is dat zelf hormonen produceert. Het speelt onder meer een belangrijke rol in onze energiestofwisseling. Maar in mensen met overgewicht, is vetweefsel ook de bron van chronische ontstekingen door de productie van cytokinen.

Vetweefsel en de energiestofwisseling

Vetweefsel speelt een belangrijke rol in onze energiestofwisseling.

Als je eet, krijgt je lichaam energie direct uit je voeding. Wat het niet nodig heeft wordt in eerste instantie als glucose en glycogeen opgeslagen in spieren en je lever. Dit is snel beschikbare energie, bijvoorbeeld als je snel moet reageren, snel opzij moet springen omdat een tak naar beneden valt of er een fietser rakelings langs fietst. Maar je lichaam heeft slechts beperkte capaciteit om glucose en glycogeen op te slaan: vol is vol. Een te hoog bloedsuikergehalte is gevaarlijk, dus een teveel aan glucose moet hoe dan ook het bloed uit.

Als je geen plek meer hebt om glycogeen in je spieren en lever op te slaan, zet je lichaam de overtollige glucose in vet (triglyceriden) om en slaat dit vet in eerste instantie op in je vetcellen in vetweefsel. Deze energie is minder snel beschikbaar.

Zolang je insuline niveau hoog is, kan je lichaam geen lichaamsvet verbranden om aan energie te komen. Zodra je insuline niveau laag wordt, bijvoorbeeld als je langere tijd niet eet, dus bijvoorbeeld als je slaapt, dan gaat de hoeveelheid glucagon omhoog en begint je lichaam lichaamsvet te verbranden. Dit geldt ook voor als je in ketose bent. Ook mensen die het keto dieet niet volgen kunnen gedurende de nacht even in ketose zijn.

Dit is hoe de energiestofwisseling in gezonde mensen verloopt.

Overgewicht en een verstoorde energiestofwisseling

Inmiddels weten we dat als je aan langdurig overgewicht lijdt, je energiestofwisseling verstoord raakt. Dit is waarom het zo moeilijk is om af te vallen. Als je aan overgewicht lijdt, dan ben je vrijwel zeker insuline resistent. Je lichaam is dan niet meer goed in staat om vet af te breken en de vetcellen worden voller en voller. Op een gegeven moment zijn ze zo overvol dat ze continu kleine beetjes vetzuren gaan lekken. Dit leidt tot een ophoping van vet buiten de vetcellen. Dit is heel schadelijk voor onze organen. Doordat organen continu aan kleine beetjes vetzuren worden blootgesteld, ontwikkel je ziektes zoals hart- en vaataandoeningen, diabetes type 2, leververvetting, etc. Bovendien gaat het je immuunsysteem overmatig activeren.

Overgewicht en cytokinen

Er is steeds meer onderzoek dat een verband legt tussen overgewicht en een vergrote kans op een cytokine storm. Bij een cytokine storm slaat je immuunsysteem op hol, je krijgt een enorm overdreven en ongeremde reactie van je immuunsysteem waardoor je lichaam zichzelf gaat aanvallen. Dit kan in reactie op een virus. Ten tijde van de Mexicaanse griep overleden mensen vaak door een cytokine storm en niet door het virus zelf. Het ziet er naar uit dat dit ook van toepassing is op COVID-19.

Als je ernstig overgewicht hebt, heb je niet alleen teveel vetweefsel, dit vetweefsel werkt ook niet meer naar behoren. Door de continue afgifte van hormonen komt het in een staat van chronische ontstekingen, ook wel laaggradige of stille ontstekingen (low grade inflammation) genoemd. Het gaat hierdoor continu ontstekingscytokines uitscheiden. Uiteindelijk gaat dit ook tot stille ontstekingen in één of meer organen leiden.

Onderzoeken hebben ook gevonden dat dit leidt tot een verzwakte adaptieve immuunrespons. Hierdoor wordt je vatbaarder voor virusinfecties.

Visceraal of subcutaan lichaamsvet

Vetweefsel kan zich op verschillende plaatsen in het lichaam ophopen. Zo blijkt dat vetweefsel dat zich ophoopt in het viscerale gebied, dicht bij organen zoals de lever, de nieren, de darmen of het hart en in de buikholte vatbaarder is voor ontstekingen bij obese patiënten dan vet dat zich subcutaan (onder de huid) ophoopt.

Bovendien is er een verband met geslachtshormonen, zo slaan mannen vet eerder rond organen op terwijl premenopauzale vrouwen eerder onderhuids vet ontwikkelen in de ledematen en heupregio. Vet rond de organen is veel schadelijker.

Overgewicht en de longen

Als je ernstig overgewicht hebt, dan heeft dit ook een effect op je ademhaling. Visceraal vetweefsel hindert de ademhaling, hierdoor kan je minder goed je diep inademen en uitademen. Bovendien kan vetophoping in het zachte weefsel van de keelholte de inademingsweerstand verhogen (vandaar het verband tussen overgewicht en slaapapneu).

Vetweefsel en virusreservoir

Op het moment wordt er vanwege COVID-19 ook onderzoek gedaan in hoeverre vetweefsel als een virusreservoir functioneert. Onderzoekers weten dat andere virussen vaak in hoge concentraties in het vetweefsel voorkomen. Het zou dus niet vreemd zijn als dit ook voor COVID-19 geldt en dat het vetweefsel dan helpt met een snelle verspreiding van het virus door het lichaam. Dit zou te maken kunnen hebben met het feit dat er in het vetweefsel rond de organen veel ACE-2 receptoren zitten en daar klampt het virus zich aan vast om de cellen binnen te komen.

Bovendien zou het te maken kunnen hebben dat iemand met obesitas, veel meer vetcellen ook buiten het vetweefsel heeft en virussen (waaronder dus ook COVI-19) zich mogelijk nog makkelijker en sneller kunnen verspreiden.

Grootste risico factor is niet obesitas

De grootste risico factor op een ernstig verloop van COVID-19 is de mate van blootstelling aan het virus. Het maakt dus heel veel uit of je aan heel veel virus tegelijkertijd wordt blootgesteld en je immuunsysteem direct, snel en adequaat moet reageren om het virus onder controle te krijgen of dat je aan een beetje virus wordt blootgesteld.

Hoe kom je aan visceraal vet?

Buikvet (visceraal vet) is het gevolg van jarenlang één of meer van de volgende dingen:

  • voeding met toegevoegde suiker (snoep, cake, jam, desserts etc. producten met toegevoegde suiker, ontbijt met toegevoegde suiker (bijvoorbeeld ontbijtgranen, muesli met toegevoegde suiker – dit kan in de vorm van honing etc zijn), frisdrank, vruchtensap, koffie/thee met toegevoegde suiker of smaak siroop, zoetstoffen)
  • bewerkte producten, producten met veel ingrediënten, appelsap is bijvoorbeeld een bewerkt product want de vezels zijn kapotgemaakt
  • onvoldoende eiwitten en onvoldoende gezonde vetten (en daardoor geen gevoel van verzadiging)
  • zaad-oliën
  • te veel eetmomenten op een dag
  • te veel stress
  • onvoldoende slaap

Visceraal vet bouw je beetje bij beetje op. Over de jaren heen een kilo hier en een kilo daar, het gebeurt bijna ongemerkt.

Visceraal vet: hoe kom je er af?

Gelukkig is het heel goed mogelijk om van je slechte vet (visceraal vet) af te komen. Verreweg de meeste mensen die een clean keto dieet gedurende langere tijd volgen raken stukje bij beetje visceraal vet kwijt.

Als je veel sneller van visceraal vet wil afkomen en dit werkt in het algemeen vooral heel goed bij mannen, dan kan je TRE gaan doen, dit is waar de Stop Leververvetting Challenge op gebaseerd is.

Een andere optie is om het keto dieet met intermittent fasting of met een langere vast te combineren. Je maakt de kans op succes het grootst als je zorgt dat je al goed fat-adapted bent. Om goed fat-adapted te worden, kan je meedoen aan de fat-adapted challenge.

Er is een waarschijnlijk heel kleine groep mensen waarbij het bovenstaande toch onvoldoende werkt. Dit komt dan vaak doordat je niet alleen insuline resistent maar ook in een heel hoge mate leptine resistent bent geworden. In zo’n situatie kan het carnivoor dieet een optie voor je zijn. Als je hier meer informatie over wil kan je me een berichtje sturen.

Wil je hier zelf meer over lezen? Hier kan je een aantal links naar de onderzoeken vinden:

WAT is a functional adipocyte?

High prevalence for obesity in severe COVID-19: Possible links and perspectives towards patient stratification

Susceptibility of the obese population to COVID-19

Metabolic obesity: the paradox between visceral and subcutaneous fat

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

mEER INFORMATIE & EXCLUSIEVE KORTINGEN

Abonneer je nu op de gratis
Wekelijkse Keto Update!

mEER INFORMATIE & EXCLUSIEVE KORTINGEN

Abonneer je nu op de gratis
Wekelijkse Keto Update.